Diversen


 

Gedachten spinsels 

 

Dit najaar weinig blad geharkt. Het stukje verdiepte tuin, ofwel de voormalige zitkuil, ligt

 

vol met afgevallen blad uit alle windstreken naar gelang de wind blies. De kardinaalsmuts

 

zorgde voor een deken afgevallen mutsen. Ik zat en keek er naar.

 

 

De vogels, zo leek het, hadden de tijd van hun leven. Elk blaadje werd driftig omgedraaid

 

op zoek naar overheerlijke vliegjes en wat dies meer zij. Toen ook de pindanetjes werden

 

opgehangen, meldden de mezen zich eveneens op deze najaars-voederplaats. Meende

 

zelfs een kuifmees te ontdekken.

 

Maar, hoe ik ook tuurde, een zanglijster zag ik niet. Wel twee reigers die de vijver inspec-

 

teerden en krijsende ruzie kregen. Dat deed mij weer denken aan mijn geboortedorp

 

Hillegersberg, gelegen tussen twee plassen en veel weilanden. Aan reigers geen gebrek.

 

Eigenlijk, vind ik nu, ben ik toch meer een weilanden-kind; mooie luchten, zeilende wolken,

 

gakkende ganzen en schitterende zonsondergangen met later fonkelende sterren.

 

 

Nu de bomen kaal zijn, mijmer ik er weleens over straks de zaag ter hand te nemen. Maar

 

ja, die bomen zijn niet mijn bomen. En, in den beginne, waren hier helemaal geen bomen.

 

Waren verrukt van het weidse landschap. Het kwam geen moment bij ons op, dat dit alles

 

eindig was. Lag zelfs al vast op papier. Wat in vroeger tijden heide was, werd boerenland

 

met afwisselend aardappels, koeien en haver, met in de verte het Pelinkbos.

 

 Ach ja. Weinig is blijvend.

 

 

Tineke

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

meer

 

 

 

15
Jan
Vergeten smaakmakers en paradijskorrels (Blik op de Tuin - 884)
10
Jan
VAN VERVAL TOT HOTEL